Mijn reis naar Ruaha National Park

15 oktober 2025 | Evelyne

De vlucht naar Dar es Salaam was probleemloos. Het hotel prima en de rit naar het lokale vliegveld ook.
Daarna volgde een onverwacht avontuurlijke route per vliegtuig met heel wat tussenstops, maar ik kwam uiteindelijk veilig aan in Ruaha Natioanl Park, waar mijn chauffeur geduldig op me stond te wachten.

Op weg naar Kigelia Camp (aan de Mwaguzi rivier) kwamen we al heel wat dieren tegen. Het gebied was erg droog.
Prima tent met buiten-douche en vandaar een trap naar de extra buitentent om ’s nachts naar de hemel te kunnen kijken. Het personeel is vriendelijk en je voelt je meteen thuis. Voor het diner een kampvuur waar je gezellig met de andere gasten en de gidsen kunt praten onder het genot van een drankje.
Mijn chauffeur/gids heet Mel en ik heb hem helemaal alleen voor mezelf. De zonsopkomsten en de zonsondergangen zijn de hele periode fantastisch. Het eerste gebied heeft meer baobabs en het tweede meer palmen. De meeste rivieren zijn droog. Geen probleem voor de olifanten, die gaten graven die vollopen met water. Met de baby’s worden die gedeeld, maar met de pubers is het soms lachen. Zij stelen liever water dan dat ze zelf graven. Resoluut, maar vriendelijk worden ze weggewuifd. Soms blijven ze achter om alsnog te drinken als de troep verder trekt.

Ook veel andere dieren maken gebruik van de gegraven kuilen. De meest voorkomende zoogdieren zijn de impala en de olifanten. Je kunt uren kijken naar impala’s die gemeenschappelijk met de Yellow Baboons of de Velvet Monkeys foerageren. Deze Baboons zijn veel vriendelijker en wat kleier dan die welke je normaal tegenkomt. De Kudu’s snoepen van de rode tandenborstelbloemen en gaan daar rustig mee door als je langs komt. De varkens die niet tail-up wegrennen als ze je zien. Buffels die niet agressief zijn en voor je neus staan te drinken. Olifanten komen zo dichtbij dat je ze bijna kunt aanraken. Zo nu en dan zie je iets bijzonders: Een zebra die 2 jongen tegelijk te drinken geeft. Een hongerige leeuw die probeert een Oribi te verschalken, maar die is veel te snel en blijft uitdagend in de buurt om te gaan drinken. Jonge Baobab bomen zijn er ook, zo jong dat je ze niet als zodanig herkent, maar dan zijn ze evengoed 100 jaar oud. De vogels zijn makkelijk te vinden want veel bomen en struiken zijn kaal in dit jaargetijde. Elke nacht had ik een kudde, of een enkele olifant om mijn tent die genoot van de bladeren. Toen ze begonnen met rotzooien aan het dak en een boom neer te halen heb ik toch maar even de nachtwacht ingeseind. Die waren laconiek als ik niet bang was. Hun commentaar: “het is hun leefgebied en ze houden van deze bomen”. Prima. De wilde honden hebben we gemist, we waren net een dag te laat, want de poel waarin de Warthogs zich wentelen was opgedroogd en dan gaan ze ergens anders heen. We vonden wel oude sporen, maar de wilde honden waren ook weg.
Ook de luipaarden trekken zich van de toeristen weinig aan. Geen hysterische massa’s toeristen die zo nodig de beste foto willen scoren en zodoende de dieren de stuipen op het lijf bezorgen. En weinig professionele fotografen. Meestal zie je dieren zonder andere auto’s om je heen. Een verademing. En je kunt ze langere tijd observeren, ze negeren je gewoon en doen hun ding.

De tweede lodge Ikuka Safari Camp ligt op een hoge heuvel in een nog droger gebied, met een fantastisch uitzicht. Er is een zwembad waar zoals gewoonlijk niemand in ligt. Sommige tenten hebben een eigen buiten-poedelbadje waar je in kunt zitten als…. de olifanten het tenminste niet leeg gedronken hebben. Hilarische foto’s. We zijn met z’n vijven in een auto, gelukkig klikte het goed. Festo is onze gids. De rivieren zijn in dit gebied droog. Wel zijn er nog kleine poeltjes. In één ervan zien we een prachtige Saddlebilled Stork vissen. De buit is een meerval, die hij na lang proberen niet dood krijgt, en dan maar levend inslikt. Bijzonder is ook en kudde van meerdere honderd buffels met veel jonge dieren die je al van ver ziet naderen vanwege de stofwolk die ze produceren. Onbezorgd gaan ze voor onze neuzen staan drinken, we bestaan niet eens voor ze. We doen veel aan spoorzoeken, dat gaat in dit zanderige gebied goed. Maar we gaan soms ook terug naar waar ik in het begin was. Zo zien we de Honeybatchers, een Parrot die een apenbroodboom-vrucht kraakt, een python in een boom. Op een ontbijtplaats eten impala’s van de resterende plantendelen die de baboons naar beneden gooien als ze eten. Terwijl we het ontbijt uitpakken nemen de baboons de benen, de impala’s eten door soms op armlengte afstand. Maar als de baboons weg zijn komt er niets meer naar beneden en dan gaan ze ook weg. Ook de eekhoorns en hyraxen zijn niet schuw. Mongooses en honeybatchers wel. Hier vinden we ook veel vogels, waaronder de African Hawk Eagle. En we spelen een spelletje met een pearl spotted owlet, die maar niet snapt waar het geluid van zijn concurrent ( Festo) vandaan komt. In het gebied dat little serengeti plain genoemd wordt staat het verdroogde gras zo hoog dat je geen cheeta kunt vinden. Wel een grote groep impala’s die angstig bij elkaar gedrongen staan. Maar dan zien we de leeuwen aan de rivier: Eerst zien we 2 jonge mannen, dan 3 dan worden het er 4 en 5. Ze negeren ons eerst, maar dan steekt er 1 over en één voor één volgen de anderen. Vanuit de overkant is het beter jagen, het is een minder steile oever. Kan ik eindelijk de reservebanden gaan inspecteren. Oeps daar loopt nr.6 voorbij. We verbrengen de resterende tijd bij een groep olifanten die proberen de enorm grote afgevallen palmbladeren te consumeren. Dat is een hele kunst.

De volgende dag zit het erop en ga ik met het vliegtuig terug naar Dar es Salaam.

Wil jij ook zo’n prachtige reis maken?

Bekijk dan de voorbeeldreizen die volledig naar wens aan te passen zijn of
neem direct contact met ons op voor een reis op maat!

voorbeeldreizen